Aantrekken en afstoten… waarom is mijn pleegkind zo grillig?

Auteur: Eline Engelhart Pleegzorgpionier

Hoe komt het toch dat je pleegkind jou (en/of anderen) steeds afstoot, nadat het eerst niet bij je was weg te slaan? De mix van verlating- en bindingsangst belemmert veel pleegkinderen. 

 

Een kind is in zijn vroege jeugd volledig afhankelijk van zijn ouders/opvoeders. Voor eten, verzorging, bescherming en een dak boven het hoofd. Een schone luier, een troostende arm, een pleister op een bloedende knie.

Wie niet in de groep (lees: het gezin) past heeft een vergroot risico om er alleen voor te komen staan. En dat niet te overleven. Lief en aardig gevonden worden is noodzakelijk die dooddreiging af te wenden.

Veel pleegkinderen zijn (vaak meerdere malen) in de steek gelaten, verwaarloosd of verstoten. Ze hebben de angstaanjagende en overweldigende gevoelens van onmacht en doodsangst ervaren.

Het kind heeft daardoor al vroeg geleerd zich aan te passen aan de wensen en behoeften van anderen. Om de kansen op bescherming en verzorging te vergroten concludeert het kind dat er niets anders op zit dan lief, zorgzaam en meewerkend te zijn. En zijn of haar eigen gevoelens opzij te schuiven om die anderen tevreden te houden.

Met deze strategie lost het kind het probleem van een dreigende verlating weliswaar (tijdelijk) op, maar…

Het kind leert niet om zijn/haar eigen behoeften te herkennen en goed voor zichzelf te zorgen. Het wordt afhankelijk van de ‘goedkeuring’ van anderen. En goedkeuring krijgt het pas als het een ander pleast. Het kind zal zijn uiterste best doen om in een goed blaadje te blijven staan. Om niet verlaten te worden.

Ondertussen blijven de niet erkende eigen behoeften van het kind onderhuids sluimeren. Deze willen gehoord en vervuld worden.

En dan gebeurt het:

Het kost verschrikkelijk veel energie om steeds (alleen maar) voor anderen klaar te staan. Maar het kind weet geen andere manier. Het krijgt (onbewust) een hekel aan degene(n) waar het steeds voor klaarstaat. De bindingsangst sluipt binnen. De afstoting begint.

Het start meestal met wat ‘gewone’ wat onderkoelde opmerkingen. Steken onder water. Maar al snel borrelt er meer antipathie op en wordt het kind ronduit grof, kwetsend of agressief. Het wil weg van degene waar het zo zorgzaam voor denkt te moeten zijn om zich beschermd te voelen. Omdat het niet vol te houden is om alsmaar aardig te zijn voor een ander, terwijl de eigen behoeften niet aan de beurt komen.

Het kind zegt vervolgens dingen waarvan het daarna spijt heeft. De angst om, vanwege dit gedrag, niet aardig gevonden te worden, en misschien wel aan de kant geschoven te worden, zorgt opnieuw voor paniek.

De oplossing die het kind bedenkt ligt voor de hand: De banden weer uit alle macht aanhalen. Het biedt schoorvoetend excuses aan en probeert nog liever, aanhankelijker en zorgzamer te zijn. Inderdaad, het zet de eigen behoeften weer een beetje meer opzij. Tot ook dat niet meer vol te houden is en de enige uitweg is om iedereen weg te duwen of zelf te vertrekken. Weg van alle (vaak zelfbedachte) verwachtingen en verplichtingen.

Maar helaas… de (zelfbedachte) verwachtingen gaan met hem/haar mee.

————————————————————————————————–

Verstoorde relaties

Dit mechanisme is ook de reden waarom veel pleegkinderen/jongeren best makkelijk vriendjes maken of verkering krijgen, maar dat deze relaties vaak erg oppervlakkig en ongelijkwaardig zijn. Ze worden verliefd op mensen die niet goed voor hen zijn of over hun grenzen gaan. Of op mensen die niet beschikbaar zijn. Of ze ‘verlaten’ hun partner steeds door veelvuldig vreemd te gaan.

Jeugdigen en volwassenen met verlating- en bindingsangst hebben grote behoefte om zich geliefd en beschermd te voelen. Maar zodra de ander dichterbij komt, komt ook de angst in alle hevigheid naar boven om ‘nog meer’ voor die ander te moeten gaan zorgen om aardig gevonden te worden. Dat kost (te)veel energie. Dan slaat de paniek toe en wordt die ander weer afgestoten.

—————————————————————————————————-

Er is een manier om dit gedrag te doorbreken

De oplossing is alleen maar in het kind zelf te vinden. In het veranderen van de perceptie. Zodat de behoefte aan bescherming en erbij te horen niet meer hoeft te worden opgelost door andermans problemen op te lossen. Zodat het kind kan gaan ontdekken wat zijn/haar eigen behoeften zijn. Waar hij of zij blij van wordt. En wat hij/zij zelf nu eigenlijk wil met het leven.

Hoe doe je dat?

Door het kind te helpen het probleem van aantrekken en afstoten, in een nieuw en breder perspectief te gaan zien. Dat is exact wat een kortdurende (!) behandeling met de methode Integral Eye Movement Therapy (kortweg IEMT) doet. Via oogbeweging worden de problematische (vaak onbewuste) herinneringen verwerkt en opgeslagen in het passieve geheugen. Ze zijn niet meer nodig om het gedrag van het kind te sturen. Het kind kan daarna via coaching gaan leren hoe het zijn/haar eigen behoeften tevreden stelt. En wanneer het, – om de juiste redenen, – voor een ander zorgt.

Als IEMT behandelaar, behandel ik jeugdigen en volwassenen met onverwerkte trauma- en verlieservaringen en de belemmerende overtuigingen die daarvan het gevolg zijn. Het voordeel van deze behandeling is, is dat er niet gepraat hoeft te worden over de (vaak onbewuste of weggestopte) ervaringen.

 

Wil je meer weten, dan kun je hier de gratis brochure over de behandelmethode downloaden. Je mag me uiteraard ook mailen of bellen met je vragen: e.engelhart@pleegzorggedoe.nl of 013-5364326.

 

Delen wordt zeer gewaardeerd. Zo draag ik mijn steentje bij aan een makkelijker leven voor uithuisgeplaatste kinderen en hun opvoeders. Groetjes, Eline

Een reactie plaatsen